Chef barbecue

Ik maak de sardientjes schoon door de schubben eraf te schrapen, de vinnetjes eruit te trekken, de kop eraf te trekken, de ingewanden te verwijderen en het binnenkantje onder zacht stromend water schoon te spoelen. Ik leg ze in een marinade van olijfolie en knoflook. De inmiddels ontdooide langoustines leg ik in diezelfde marinade. De anderen hebben de te grillen groenten klaargemaakt en de hamburgers klaargezet. Je hoeft het immers niet alleen te doen.

 

De kolen leg ik op het rekje en op enkele plaatsen leg ik een aanmaakblokje neer. Ik steek de blokjes aan, en na enkele minuten beginnen de eerste kolen te gloeien. Gefascineerd kijk ik naar het proces van de elkaar verhittende kolen. Ik doe de sardientjes en langoustines in een klemrekje en zet de groenten klaar. Het feest kan beginnen.

 

Ik heb me de afgelopen week in Portugal ontpopt tot chef barbecue. En ik begin nu pas te voelen waarom mensen, met name mannen, dit zo graag doen. Vanaf mijn eerste barbecue-ervaring in mijn jonge jaren tot twee weken geleden heb ik er nooit wat van begrepen. Mannen die een hele avond gedachteloos en onverstoorbaar naar een gaar wordend stukkie vlees staan te staren. Biertje erbij, en heel af en toe een beetje ouwehoeren met de rest. En zelf geen tijd hebben om te eten. Ik heb het een groot deel van mijn leven met interesse gadegeslagen, terwijl ik op een klapstoel exorbitante hoeveelheden vlees zat weg te carnivoren. In Australië, the barbecue kingdom of the world, heb ik ook altijd verbaasd gekeken naar de Ozziemannen met immense barbecues voor de campers.    

 

Maar nu is het me duidelijk geworden. De recent voorbije avonden, terwijl ik in de weer was met stoere barbecuetangen en barbecuespiesen, voelde ik me op en top man. Het aanmaken van het vuur, het garen van het voedsel en het uiteindelijke resultaat op het bord vervulde me met een hoop voldoening en liefde. Ik denk dat het vanuit de natuurwetten ook zo werkt. Mannetjes zijn jagers en zorgen voor voedsel om het gezin te onderhouden.

 

En nu ik aan het afgelopen jaar terugdenk, ervaar ik hetzelfde bij de zweethut. Sinds vorig jaar ben ik me daar aan het bekwamen in het vak van firekeeper. Vuur maken, de stenen verwarmen en uiteindelijk de gloeiendhete stenen de hut inschuiven met een riek. Zo de baarmoeder van moeder aarde in, zoals de zweethut door de Lakota’s gezien wordt. En de hete stenen staan voor het mannelijke. En zo voel ik mij als bewaker van het vuur. Masculien as hell.

 

Eindelijk snap ik dus de barbecuewoede van de man. Het heeft een jaar of veertig geduurd. En laten we niet vergeten dat barbecueën ook gewoon heel gezellig is. De tijd nemen om te eten met andere menswezens zorgt voor verbinding.     

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *