Diamonddag 1 – 24 januari 2020

Jeetje, gaat dit stukje nou alweer over 365 Dagen Succesvol? Je zou bijna denken dat ik er werk. Of dat ik 365-steekpenningen aanneem. Maar dat is allemaal niet waar. Ik ben gewoon razend enthousiast. De eerste diamonddag dus. Het doel van het diamondprogramma is het maken van doorbraken op alle dertien stappen van de 365-methodiek. En onderzoeken waar het schuurt.

 

Om te starten verzamelden we met de drie cirkels van de dag rond het vuur bij de twee zweethutten. Jeroen, Emanuela en Meike hielden een inleidend praatje. Ondertussen vloog er een enorme zwerm vogels over. Heel mooi. Jeroen vroeg ons om de telefoons uit te zetten. Iedereen pakte zijn telefoon en zocht naar de uitknop. Jeroen vertelde dat mobielloosheid bijdraagt aan de stilte van moeder natuur. “Siri heeft moeder natuur niet in uw contactenlijst gevonden”, klonk het keihard uit het mobieltje van de vrouw naast Jeroen. Je had erbij moeten zijn, maar het was echt hilarisch. Ik kwam even niet meer bij. En het is ook zo waar. Moeder natuur is echt niet in een mobieltje te vinden. Daarna deden we even kort onze ogen dicht om te landen op het terrein. Toen poepte er een gans op de muts van Emanuela. Een mooie manier van moeder natuur om te laten weten dat ze er voor ons was.   

 

Onze cirkel mocht beginnen in de tipi van Emanuela. Ik voelde menslievendheid. We startten met een korte meditatie. Je mocht een visualisatie maken van een persoon die jou een voorwerp gaf. Ik zag Nelson Mandela die me een slang gaf. Daarna mochten we in het bos een voorwerp zoeken dat op het voorwerp uit de meditatie leek. Ik vond een hele sterke, buigzame tak. Die was als een slang. Hij buigt wel, maar breekt nooit. Het laatste onderdeel was een opstelling in groepjes van drie, waarin je je verlangen en je blokkade opstelde. Mijn verlangen is een boek schrijven, mijn blokkade is het missen van structuur om gestaag aan het boek door te werken. En laat degene die stond voor mijn blokkade nou juist heel gestructureerd zijn. Grappig.

 

Na de pauze mochten we bij Meike in de tipi. Ik voelde warme huiselijkheid. En humor. Meike’s grapjes zorgden voor ontspanning, waardoor wij als groep dichter tot elkaar konden komen. Dit was een sessie waar wat meer denkwerk voor nodig was. Je mocht eerst weer even terug naar je verlangen, je missie. En daar liet je dan de volgende vragen op los: Wat is er al? Waar zou je meer van willen van wat je al hebt? Wat heb je nog nodig? Welke stappen ga je zetten?

Eind vorig jaar kocht ik wat loten omdat ik rijk wilde worden. Veel geld graag. Maar bij Meike realiseerde ik me dat ik een oneindig rijke kunstenaar ben. Zelfs als alles wat ik heb wegvalt, heb ik deze creatiekracht nog. Dat is pas rijkdom. Ik heb de loterij al gewonnen bij mijn geboorte.

 

Het derde en laatste blok was de zweethut met Jeroen. Mijn favoriete onderdeel. We maakten onze tabakzakjes met intenties voor in de hut, en vervolgens kleedden we ons om. Verzamelen rond het vuur. En met de wijzers van de klok mee de hut in. Toen ik de hut inkroop kwam ik precies in het midden van de binnenste ring terecht. Ik had een mooi uitzicht op het oosten, en op het vuur buiten de hut. Als iedereen zo de hut inkruipt, voel ik mij net als een klein jongetje dat staat te wachten voor de Python in de Efteling. Ik zit te popelen. Ik kan niet wachten en wil eigenlijk iedereen naar binnen sleuren zodat we kunnen beginnen met de achtbaanrit. “Mogen de endlers naar binnen”. Dit voelt alsof de beugels van de karretjes dichtgaan. “Mag ik de eerste vijf stenen”. De karretjes worden omhoog getrokken. “Mag ik nog twintig stenen”. We gaan verder en verder omhoog en hebben inmiddels uitzicht over het hele park. De hut gaat dicht, het is donker. De karretjes rijden nu op het horizontale stukje voordat de loopings beginnen. Het eerste water wordt op de stenen gegoten. Kriebels in mijn buik. Het gaat beginnen. We schieten naar beneden, de eerste looping in. Het verschil met de echte Python is dat een rondje daar maar twee minuten duurt, en een rondje in de zweethut zeker tien minuten. Een veel langere extase dus.    

 

Ik zat dus in het midden van de hut. Jeroen vertelde dat dit de plek is waar het het heetst wordt. En dat de indianen bij healing ceremonies op deze plek de zieke mensen neerzetten. Om ze beter te maken. Ze te voeden met de energie uit de stenen. De eerste drie gietrondes gingen goed. Ik kon blijven zitten. Tijdens de tweede ronde zag ik de gloeiende stenen door mijn lichaam vlammen. Een soort innerlijke bosbrand. Op een gegeven moment kwam het thema “je eigen ruimte innemen” ter sprake. Neem je je eigen ruimte in als je moet bukken voor de hitte? Duw je dan anderen opzij om jezelf te redden? Veel mensen vinden dat lastig. In de vierde ronde moest ik bukken voor de hitte en maakte ruimte voor mezelf. Ik deelde nog dat ik van vechten naar voelen wilde bewegen. De vijfde ronde moest ik nog meer ruimte voor mezelf maken, deze ronde heb ik volledig in child’s pose doorgebracht. Trillend en huilend, omdat ik vol in de overgave moest. Ik kon niet meer vechten tegen de hitte. En toen ik naar buiten liep, was ik heel duizelig. De aarde was boven en de hemel was beneden. Jeroen zei dat deze duizeligheid kon komen door zouttekort. Of door prikkeling van de pijnappelklier, waardoor je je high voelt. Wim Hof noemt het de fijnappelklier.

 

Toen ik buiten bij het vuur zat, realiseerde ik mij dat ik zo dankbaar ben dat ik zo’n sterk en krachtig onderstel heb meegekregen. Van mijn moeder. Zij valt echt nooit om. Ik heb weleens ergens gelezen dat krachtige dijen staan voor levenskracht. Mijn moeder is oersterk. Ze heeft haar hele leven lichamen getild in de zorg. Restecp, zou Ali G zeggen. En ik heb de humor van mijn vader, waardoor ik goed kan relativeren. Humor maakt alles lichter. Wauw. Wat ben ik blij dat ik uit deze twee mensen voortgekomen ben.    

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *