Het egoïsme van de roker

De man zet een kind van drie in de auto. De vrouw doet hetzelfde met een baby van nog geen jaar oud. Ze rijden weg. De man, ik schat hem dertig, steekt achter het stuur een sigaret op. Ik kijk er met verbazing naar.

 

“Als ik rook in de auto, vind je dat dan erg?”, vraagt mijn collega op mijn eerste werkdag. ‘Ik krijg er keelpijn van en prikkende ogen’, antwoord ik. “Ja maar vind je het erg?”, vraagt ie weer. ‘Ik vind het wel vervelend ja’, zeg ik. “Ja maar vind je het erg in de zin van dat je er gelijk ziek van wordt?” Waarop ik aangeef: ‘Nou ik zal er niet gelijk ziek van worden, maar misschien krijg ik er over een tijdje wel longkanker van?’ De collega kijkt me bedenkelijk aan, rolt een zwaar Van Nelle sjekkie en ik zit de hele dag in de rook. Ik ga nooit meer met deze collega in de auto zitten.   


“Je vindt het toch niet vervelend dat ik rook hè?” Vraagt de vrouw waar ik moet schoonmaken. Ze zegt het alsof ik geen keuze heb. Ik antwoord: ‘Nou mevrouw, ik vind het smerig. En ik krijg er last van mijn luchtwegen van. Maar het is uw huis, dus u moet vooral doen wat u fijn vindt.’ De vrouw pakt haar aansteker. Als ik na drie uur werken wegga, zijn we zes sigaretten verder. Ik heb Humanitas gemaild dat ik niet meer bij de vrouw, of in andere rookhuizen, wil schoonmaken.

‘Hey vriend, wel even buiten roken hè, smeerpijp!’ Ik ken deze jonge bouwvakker al langer en ik kan goed met hem opschieten. Hij zegt: “sorry maat, ik moet naar de wc”, en loopt rokend naar binnen. Ik besluit dat ik deze bouwkeet vandaag niet ga schoonmaken.

Zomaar vier uit het leven gegrepen voorbeelden van het egoïsme van de roker. De rokende man vindt zijn eigen verslaving belangrijker dan de gezondheid van zijn vrouw en kinderen. Mijn rokende collega vindt zijn eigen sjekkie belangrijker dan het ongemak van z’n meerijdende collega’s. De rokende vrouw vindt haar sigaret belangrijker dan het welzijn van haar huishoudelijke hulp. En de rokende bouwvakker vindt zijn stinkstok belangrijker dan de gezondheid van de schoonmaker. En hij dupeert zijn collega’s ermee want die kakken de komende week op een vies toilet.

 

Ik maak dus bewust de keuze om niet meer vrijwillig in een door een ander veroorzaakte rooklucht te bivakkeren. Ik moet zelf deze keuze elke keer weer actief maken, want van de gemiddelde roker hoef je weinig aanpassingsvermogen te verwachten. Dat is mijn ervaring althans.


Het egoïsme van de roker. Het wordt in de hand gewerkt door de verslaving. Je ziet het bij vele verslavingen. In seks bijvoorbeeld zit ook vaak een verslavend element. Want we vinden doorgaans ons eigen orgasme toch net even belangrijker dan dat van de ander. En heftige drugsverslaafden stelen weleens om aan geld te komen voor de nieuwe kick. En veel surfers zijn zo verslaafd aan het fijne gevoel van een mooie golfrit dat ze de golven maar moeilijk met anderen kunnen delen.  

Af en toe kom ik weleens rokers tegen die rekening houden met anderen. In een jaar schoonmaken ben ik het één keer tegengekomen dat een cliënt naar buiten ging om te roken omdat ik aangaf het niet prettig te vinden. En soms wordt voor de vorm een raam opengezet. Het bestaat dus gelukkig wel, rokers die meedenken.  

Ik bedenk me trouwens net dat ik op vijftig meter van de A20 woon, één van de drukste snelwegen van Nederland. Wekelijks sta ik de roet van mijn ramen te wassen. Shit zeg, dit hele verhaal voor niks geschreven. Hypocrisie ten top.   

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *