Schoonmaken

Omdat ik nog steeds geen “serieuze” baan heb gevonden, heb ik me aangemeld bij uitzendbureau Zorgwerk. Via dit bureau kan ik gastheer zijn in bejaardentehuizen of schoonmaken bij bejaarden.
 
Vandaag heb ik weer een dag schoongemaakt bij bejaarden die nog thuiswonen. Dat klinkt alsof ze ieder moment op kamers kunnen gaan voor de studie. Dat is niet zo.
De ochtend begon bij mevrouw Smetvrees, die als eerste wilde weten of ik geen corona had. Daarna moest ik mijn handen ontsmetten en afdoen met ’n keukenpapiertje. Ik heb veel van mevrouw Smetvrees geleerd vandaag. Ik heb geleerd dat ik geen doekjes kan uitwringen. Althans volgens mevrouw Smetvrees. Ik heb geleerd dat je ramen moet zemen en dan de randjes na moet drogen met een theedoek die gewassen is zonder wasverzachter. Want een theedoek gewassen met wasverzachter geeft strepen op de ruit. Ik heb geleerd dat je keukenkastjes ook moet nadrogen met een theedoek, want anders komen er strepen op. Ik heb geleerd dat de tegels op de wc ook nagedroogd moeten worden met een theedoek, want strepen. Ik heb gelijk ook maar gevraagd of ik die bruine strepen in de wcpot ook moest nadrogen met een theedoek. Dat hoefde niet. Ik heb geleerd dat je geurparels in een stofzuigerzak moet doen zodat nare, muffe stofzuigerluchtjes verdwijnen en je hele fucking huis naar orchideeën ruikt. Ik heb geleerd dat je beter geen allochtonen in je straat kunt hebben want die maken herrie en breken de boel af. Dit geldt ook voor studenten overigens. Aldus mevrouw Smetvrees. Vlak voordat ik wegging kwam haar man Kees thuis. Hij keek diep ongelukkig. Mevrouw Smetvrees had eerder op de ochtend nog zo geklaagd dat haar man zo vaak aan het klussen is. De hele week eigenlijk, en in de weekends ook. Nou, ik snap het wel Keesie. Ik zou precies hetzelfde doen. Of ik zou haar stiekem vergiftigen. Mevrouw Smetvrees vond het zo raar dat ze nooit dezelfde schoonmaker kreeg. Ik snap het wel. Niemand komt daar terug.
 
De tweede vrouw waar ik kwam was zo ontzettend lief. Met recht de liefste oma die ik ooit gezien heb. Ze was 91, zat in een rolstoel en was erg doof. Toch kon ik fijn met haar praten. Toen ik wegging kreeg ik een chocoladereep mee. Wat een verschil met de ochtend.
 
Mijn laatste klant was mevrouw Buijk. Ik ga er persoonlijk voor zorgen dat zij een eervolle vermelding krijgt. Maakt niet uit waarin. In ieder geval in deze blog. Wat een tof mens is dat zeg. Ze is 93, en staat nog vol in het leven. Ze had dan ook heel wat te vertellen. En ze is ook nog superfit. Vanmorgen was ze gaan zwemmen, en daarna had ze drie kwartier gewandeld. En ze zei dat ze bij een vooroverbuiging de grond aan kan raken. “Laat maar zien dan!” Riep ik enthousiast. En daar ging ze, als een volleerd yogi. Vervolgens zei ze dat ze zichzelf ook elke dag tien keer opdrukt. “Laat maar zien dan!” Riep ik nog drie keer enthousiaster. Vervolgens stond ik naar een zichzelf tien keer opdrukkende bejaarde vrouw van 93 te kijken. Ik verzin het niet hè. En ik moest vooral niet te hard werken. Want ze behandelt haar werknemers zoals ze zelf behandeld wil worden. Ik moest een kwartier voor tijd stoppen. We hebben samen nog naar het liedje van Danny Vera gekeken, bij de herhaling van Jinek van gisteravond. Over het soms moeizame proces van zwanger raken. Eva moest huilen. Mevrouw Buijk pinkte ook een traantje weg. Tsja, mevrouw Buijk verdient een standbeeld. En oh ja, ik heb ook nog peperkorrels uit 1994 in de pepermolen staan duwen. “Maakt niet uit joh, in de oorlog aten we ook alles.” De korrels die over waren, mochten in een urinepotje. Vooruit, nog een standbeeld dan. Twee standbeelden voor mevrouw Buijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *