Toxic masculinity

Toxic masculinity, giftige mannelijkheid. In het Engels vind ik het mooier klinken. Toxic masculinity dus. Er wordt tegenwoordig veel over geschreven. Maar wat is het nou precies? De beste uitleg voor mij is dat het een destructieve vorm van uiting van mannelijkheid is.

 

In de bouw kom ik het veel tegen. Al is het alleen maar omdat ik dagelijks de naast de pot gepieste pis weg dweil en met een hamer en beitel de aangekoekte kak van de rand van de pot hak. Ontzettende giftige mannelijkheid, die uitwerpselresten. En ik neem zelf ook de nodige giftigheid mee in de vorm van heftige schoonmaakmiddelen omdat het anders niet schoon wordt.  

 

Maar goed, even serieus weer nu. Toxic masculinity is namelijk een onderwerp wat me raakt. En het is natuurlijk ook wel iets wat mannen of jongetjes doen. In competitie met elkaar zijn en kijken wie de grootste heeft. De grootste auto, het stoerste verhaal of de langste pik. En elkaar overbieden en opjutten. Zodat het eigenlijk gewoon een aaneenschakeling van sterke verhalen is. Tot de verhalen leugens worden. Helaas heeft dit gedrag vaak ook racisme, homofobie en vrouwonvriendelijkheid tot gevolg.   

 

En dat is wat mij betreft erg toxisch. Nu als schoonmaker kan ik er van een afstandje naar kijken. Maar toen ik zelf nog in de bouw werkte, zat ik er middenin. Ik heb ooit bij een aannemer gewerkt waarbij het kantoor net een apenrots was. Met iets teveel mannen die heel graag de koning wilden zijn. Ik stelde me daar weleens kwetsbaar op. Dat was anders, en dus gek. En dan deed ik ook nog eens yoga. Tsja, dan moest die Ruud wel echt homo zijn natuurlijk. Op een gegeven moment werd ik daadwerkelijk gezien als de kantoorhomo en ik werd het mikpunt van kleine pesterijtjes. Dat werd langzaamaan erger. Ik zag er tegenop naar kantoor te gaan en raakte overspannen. Gesprekken met HR en collega’s veranderden niets. Er zat niks anders op dan weg te gaan. Ik was het spuugzat. Toch wel schrijnend.

 

Momenteel heb ik in mijn werk geen last van toxisch apenrotsgedrag, omdat ik geen onderdeel ben van de apenrots. Maar racisme, homofobie en vrouwonvriendelijkheid zijn nog steeds aan de orde van de dag op de bouwplaats. Het is natuurlijk om te janken dat mijn baas geen vrouwelijke collega’s naar de bouwketen stuurt, omdat ze stelselmatig grensoverschrijdende seksistische opmerkingen naar hun hoofd krijgen. En als ze pech hebben worden ze zelfs betast. Ik ken verhalen van ongewenste handjes op de kont of op de borsten tijdens het schoonmaken van de wc.

 

En toch kan het ook anders. Er zijn bouwplaatsen waar het geen giftige mannenbende is. Ik zag laatst twee bouwvakkers op een bankje met de armen over elkaars schouder een peukie roken. En soms complimenteren de mannen elkaar met hun baarden. En ik kreeg laatst een opmerking over mijn werkbroek. Dat het zo’n goed merk was en dat ‘ie zo goed zat.  De volgende stap is een huilende bouwvakker omdat z’n thee zo lekker is. Dan zijn we op de goede weg.  

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *