Verhalen en de stip op de horizon

Soms is het lekker om naar de horizon te turen. Je ziet niks, er gebeurt niks, en soms zakt er aan het eind van de dag een zon in. Maar het is ook saai. Het motiveert als er af en toe een stip op verschijnt.  

 

Om menselijk gedrag zichtbaar te krijgen vind ik het altijd interessant om de vergelijking te maken met sport. Ik fiets vaak een rondje Rotte. Weinig stoplichten, weinig obstakels. Als ik fiets verschijnt er regelmatig een stip op de horizon. Met zo’n helmpje op en zo’n strak pakkie aan. Dan word ik geprikkeld. Godverdomme, denk ik dan, ik moet en zal dat fietsertje inhalen. En dat lukt dan meestal ook. Vervolgens gaat mijn jagersoog op zoek naar de volgende stip op de horizon. Als deze is gevonden en het vizier is scherpgesteld, gaat mijn resultaatgerichte knop weer aan en stel ik alles in het werk om het stipje met huid en haar op te eten. En zo gaat dat voort, van stip naar stip. Soms fiets ik iets te hard en dan zit ik weer ondersteboven, hyperventilerend op m’n fiets.

 

Er zijn ook momenten dat ik een tijdje geen stip zie. Dan wordt het wielrennen saai. Dan ga ik naar libelles kijken, liedjes zingen en scheetjes laten. En uiteindelijk beland ik in een Aboriginal-Dreamtime-staat waarin ik vergeet mijn benen te bewegen. En dan word ik ineens ingehaald door andere wielrenners. Soms zelfs door wielrenners die ik eerder al ingehaald heb. En dan heb ik weer een doel.

 

Ik heb het dus nodig. Die stip. Je zou het ook zo uit kunnen leggen dat ik extern geprikkeld moet worden om in actie te komen. Niet proactief, maar reactief. Een psycholoog heeft weleens uitgelegd dat dat ook een typsich kenmerk is van dromerige ADD-ers.

 

Nou is het ook zo dat ik heel veel dingen leuk vind, en ik ben voor één ding enorm intrinsiek gemotiveerd. En dat is het vertellen van verhalen.

 

Nu ik dit weet, heb ik een mooi idee. Ik heb bedacht dat ik de komende jaren werk ga doen waarbij je ondertussen met mensen kunt kletsen. Mensen vertellen altijd mooie verhalen die opgeschreven moeten worden. Vind ik dan. Dus ik werk een dag, hang tegelijkertijd aan de lippen van de mensen en ’s avonds schrijf ik het op. Dan heb ik elke dag een stip op de horizon. En dan maakt het eigenlijk niet zoveel meer uit wat voor werk ik doe. Nu ben ik bijvoorbeeld aan het schoonmaken bij bejaarden. Dat werk wordt leuk doordat ze me prachtige verhalen vertellen waar ik ’s avonds over kan schrijven. Fantastisch toch? Misschien ben ik volgend jaar wel rijinstructeur, en schrijf ik ’s avonds op wat jongeren van rond de 18 allemaal bezighoudt. En werk ik het jaar daarna als ervaringsdeskundige in de GGZ, daar zijn ook ontzettend veel verhalen die zo ontzettend graag verteld willen worden. Een gevangenis, ook zo’n verhalenvat. En wellicht maak ik ook wel weer een keer een verre reis, op de dag dat het weer mag. En dan schrijf ik daarover. Verhalenverteller. Met stip op één de mooiste baan die ik me kan bedenken. En wat een afwisselende carrière heb je dan hè, als je elk jaar wat anders doet. Een soort barbapapa-baan. Met als dagelijkse stip op de horizon het schrijven. Waarvoor ik vanbinnen gemotiveerd ben. Wat is het fijn om jezelf steeds beter te begrijpen.         

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *